Onderzoek fiscale klimaat- en calamiteitenreserve land- en tuinbouw

Naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer is onderzoek gedaan naar de invoering van een fiscale klimaat- en calamiteitenreserve voor de land- en tuinbouw. Uit het onderzoek blijkt dat het voor een gedeelte van de agrarische bedrijven effectief kan zijn om een reserve te kunnen vormen om grote inkomensdalingen op te vangen. De gevolgen voor de belastingdruk van de invoering van een fiscale reserve voor calamiteiten zijn beperkt. De minister van LNV heeft het onderzoeksrapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanwege de demissionaire staat van het kabinet is geen inhoudelijke reactie op het onderzoek gegeven.

Aanvraagloket NOW tweede kwartaal 2021 geopend

De Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-3) kent drie subsidietijdvakken, ieder met een looptijd van drie maanden. Gedurende het subsidietijdvak kan de werkgever een aanvraag indienen voor NOW voor dat tijdvak. Het aanvraagloket is per subsidietijdvak steeds ongeveer vier weken opengesteld. De openingstijd van het aanvraagloket voor het derde tijdvak van de NOW-3, dat is het tweede kwartaal van 2021, is verlengd. Dit geeft werkgevers meer tijd om een aanvraag te doen en beperkt het risico van te laat indienen van een aanvraag. Het loket is geopend van 6 mei tot en met woensdag 30 juni 2021.

Inhuur als zzp'er direct na ontslag op staande voet

Een werknemer kan op staande voet ontslagen worden wanneer er een dringende reden is op grond waarvan van de werkgever niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Het ontslag op staande voet en de dringende reden daarvoor moet door de werkgever onverwijld aan de werknemer worden meegedeeld.

Van een dringende reden is geen sprake in het geval van een werkgever die direct na een gegeven ontslag op staande voet de ontslagen werknemer als zzp’er inhuurt om dezelfde werkzaamheden als voorheen te verrichten. Omdat de werknemer in zijn ontslag berust, heeft hij recht op de transitievergoeding en op de wettelijke vergoeding wegens onregelmatig ontslag. De kantonrechter kende de werknemer daarnaast een billijke vergoeding toe. De billijke vergoeding berekende de kantonrechter op het bedrag dat de werknemer had kunnen verdienen in de periode tot de arbeidsovereenkomst zou zijn ontbonden door de kantonrechter als de werkgever de werknemer niet op staande voet had ontslagen, maar op dat moment een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter zou hebben ingediend. Dat verzoek zou wegens het meerdere malen te laat komen van de werknemer zijn toegewezen. De berekende vergoeding werd verminderd met de transitievergoeding en het door de werknemer na zijn ontslag als zzp’er bij de werkgever verdiende inkomen.

Minimumloon per 1 juli 2021

De bedragen van het wettelijk minimumloon en de minimumvakantietoeslag worden halfjaarlijks aangepast aan de stijging van de contractlonen. Dat gebeurt per 1 januari en per 1 juli. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de bedragen van het wettelijk minimumloon en de minimumvakantietoeslag per 1 juli 2021 vastgesteld. De bedragen gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder. Voor jongere werknemers gelden afgeleide bedragen.

Leeftijd Staffel Per maand Per week Per dag
 21 jaar en ouder 100% 1.701,00 392,55 78,51
 20 jaar 80% 1.360,80 314,05 62,81
 19 jaar 60% 1.020,60 235,55 47,11
 18 jaar 50% 850,50 196,30 39,26
 17 jaar 39,5% 671,90 155,05 31,01
 16 jaar 34,5% 586,85 135,45 27,09
 15 jaar 30% 510,30 117,75 23,55

De wet kent geen uniform wettelijk minimumuurloon. Het uurloon is afhankelijk van het aantal uren per week dat als normale arbeidsduur geldt. In de meeste cao’s is de arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 of 40 uur per week.

Voor werknemers in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels voor de leeftijden van 18 tot en met 20 jaar.

Leeftijd Staffel bbl Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% 1.046,10 241,40 48,28
19 jaar 52,50% 893,05 206,10 41,22
18 jaar 45,50% 773,95 178,60 35,72

Aftrek elders belast tweede woning in buitenland

De Wet IB 2001 geeft fiscale partners de keuze om de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen onderling te verdelen in iedere gewenste verhouding. Deze keuzemogelijkheid geldt voor het totaal aan inkomsten in box 3 en niet voor de afzonderlijke vermogensbestanddelen die in box 3 vallen. Tot het moment waarop de aanslagen inkomstenbelasting onherroepelijk zijn geworden kan een gemaakte verdeling nog worden aangepast.

In een procedure voor de rechtbank was in geschil of de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor een tweede woning in het buitenland in dezelfde verhouding aan de fiscale partners moet worden toegerekend als de gekozen verdeling van de gezamenlijke rendementsgrondslag in box 3. De aftrek elders belast bestaat uit een vermindering van de belasting over de inkomsten uit box 3 die evenredig is aan de waarde van de buitenlandse woning in verhouding tot de totale grondslag van belastingheffing in box 3.

De rechtbank is van oordeel dat de berekening van de aftrek elders belast de gekozen verdeling van de gezamenlijke grondslag van box 3 over de fiscale partners volgt. In deze procedure hadden de partners gekozen voor een verdeling 79%-21%. Door deze keuze hadden de partners ook de waarde van hun woning in het buitenland in dezelfde verhouding onderling verdeeld. Dit volgt uit het systeem van de heffing in box 3. Voor dat deel heeft ieder van de partners recht op aftrek elders belast.